Het bezig zijn met het weer verschaft me nog steeds redelijk veel genoegen
ook al is het dan een ander soort genoegen dan zo'n 20 jaar geleden toen
ik nog de ambitie had - door hard te werken, door veel te studeren, door
vlijtig de atmosfeer te beschouwen en door veel ervaring op te doen -
ooit een goede meteoroloog te worden.
Toch is mijn houding ten aanzien van het vak in de loop der jaren veranderd.
Het besef is doorgedrongen dat de verwachting niet beter wordt door dag
en nacht met het weer in de weer te zijn.
Toen de draagwijdte van die kennis tot me doordrong leek het me tijd
worden om naast mijn werk eens een andere uitdaging te zoeken. Een voettocht
naar Santiago da Compostella vond ik te lang, een rebirthingtraining in
een verbouwde boerderij op het Friese platteland te modieus. Ik zocht het
dichterbij, gewoon een cursus aan de plaatselijke volksuniversiteit.
Ik heb daar veel geleerd, deed interessante ontdekkingen en ontmoette
boeiende mensen onder wie de Engelsman David Hume. Die leerde mij onder
andere dat het bewustzijn een serie psychische aktiviteiten is ('a bundle
of perceptions') en dat bijgevolg causaliteit een fictie is. Je denkt dat
je een gevolg ziet van een bepaalde oorzaak maar wat je ziet is niet anders
dan dat zich na elkaar verschijnselen voordoen. Absolute zekerheid dat
het een een gevolg is van het ander heb je niet, laat staan dat het gevolg
verklaard kan worden uit zijn oorzaak.
Meteorologen zouden daar best eens wat meer rekening mee mogen houden.
Want wat lees ik in Meteorologica nr.1 in een artikel over klimaatverandering?
Een citaat: "De oorzaak van deze veranderingen moet gezocht worden
in veranderingen in de algemene circulatie".
Ah juist, interessante gevolgtrekking, denk ik, maar waarom is de algemene
circulatie veranderd?
Tweede citaat: "De verschijnselen in de zomer laten zich minder makkelijk
verklaren" en "Waar we in de lente blijkbaar dichter bij de lagedruksystemen
kwamen te liggen zaten we daar in de zomer gemiddeld juist verder van af.
Dit verklaart wel het droger worden van augustus ...".
Verklaren...?
Nou oké, laten we daar eens van uitgaan maar waarom zaten
we in de lente dan dichter bij de lagedruksystemen?
En als een schrandere geest daar een oorzaak voor weet te bedenken,
zou er dan niet een nog weer verder voorliggende vraag te bedenken zijn?
"Door denken en argumenteren kunnen we een mogelijkheid verklaren,
niet een werkelijkheid" zegt Cornelis Verhoeven in De Duivelsvraag.
Kortom, wij weten het niet.
Hoewel de meesten van ons God en/of Marx inmiddels aan de stoeprand
hebben gezet ter verbranding in het hellevuur van de Afval Verwerking Rijnmond
houden we onze eigen god angstvallig in bedrijf, de God van de verklaarbare
dus maakbare atmosfeer.
En dat sluit dan mooi aan bij dat andere citaat van Verhoeven: "De
ontmythisering schept haar eigen mythen waaronder die van de verklaarbaarheid
er een is. Vragen 'waarom' lijken op vragen van kinderen die denken dat
alles 'gemaakt' is en die met de makers in overleg willen treden om een
deel van hun bevoegdheden over te nemen".
Hoofddorp, 30 juli 1992