"En die zal ons es even vertellen hoe wij jullie moeten opvoeden?";
nog hoor ik de verontwaardiging in haar stem.
Het zal rond 1960 zijn geweest.
Mijn moeder leest in de krant een artikel van de hand van een ter plaatse
fameuze kinderarts. Hij doet daarin uitvoerig uit de doeken hoe ouders
met hun kinderen om dienen te gaan opdat de spruiten op zullen groeien
tot deugdzame volwassenen en fatsoenlijke burgers.
Nou wil het geval dat er met de kinderen van voormelde arts op mijn
vaders school geen land te bezeilen valt. Het zijn volstrekt onopgevoede
etterbakken. Praten daarover met de ouders heeft geen enkele zin want die
hebben al jaren geleden iedere greep op hun kroost verloren.
Midden '70.
Een chemisch bedrijf in de plaats waar ik woon loost zonder vergunning
op de aanpalende vaart. Schande, driewerf schande!! Daar moet tegen opgetreden
worden en hard ook.
Samen met enkele anderen voer ik aktie voor gezonde lucht en schoon
water. Tijdens het overleg met de wethouder paffen minimaal twee van de
drie aktievoerders naar hartelust de ene na de andere zware Van Nelle in
de met koolmonoxide bezwangerde atmosfeer van het krappe vergader-zaaltje.
De gezondheidsmanie neemt tegenwoordig groteske vormen aan. Het kropje
sla dient biologisch-dynamisch gekweekt, voor de broodnodige ontspanning
wordt fanatiek ge-yoga-ad, iedereen kan gelukkig zijn, gezondheid ligt
gereed om in bezit genomen te worden worden. "Als je kanker krijgt dan
heb je daar zelf voor gekozen", zeggen de meest fanatieke leden van de
orenmafia.
Toch valt me iedere keer weer op hoe jachtig veel van die ijveraars
voor onbespoten groenten en een relaxte leefstijl uit hun ogen kijken,
hoe nerveus ze ieder etiket navlooien op de aanwezigheid van gevaarlijke
E-codes, hoe veelvormig hun lichamelijke klachten zijn. Als het geen schele
hoofdpijn is waar ze door worden geplaagd dan is het wel jicht, stress
of een ander geestelijk ongemak.
Meteorologie is een boeiend vak. Ik vind het fascinerend te zien hoe
de laatste jaren onder meteorologen het inzicht baanbreekt dat de grenzen
van de voorspelbaarheid zijn bereikt, hoe steeds meer collega's beginnen
door te krijgen dat een essentieel en fundamenteel element van het beroep
het besef is dat zekerheid niet bestaat, dat er altijd weersituaties blijven
waarop zelfs de zeer ervaren meteoroloog en het meest geavanceerde computermodel
geen greep hebben.
Dus kun je er van uitgaan dat geen enkele beroepsgroep zo soepel inspeelt
op nieuwe omstandigheden in het algemeen en veranderingen in het vak in
het bijzonder als beroeps weerlieden.
Wetende dat iedere voorspelling een grote mate van onzekerheid in zich
bergt en dat elk reorganisatieplan ook maar geschreven is vanuit het perspectief
van mogelijke toekomstige ontwikkelingen, mag je aannemen dat meteorologen
beter dan wie ook met onzekerheid kunnen omgaan en flexibeler dan anderen
op onverwachte gebeurtenissen zullen reageren.
Toch zie ik daar om me heen bitter weinig van.
Of zijn meteorologen ook maar gewone mensen?
Hoofddorp, 12 november 1992