I
Mensen van mijn generatie en ouder weten nog uit hun jeugd hoe een
brok antraciet er uit ziet: zwart.
Prof. dr. A.J.W.M. Thomassen, hoogleraar psychologische functieleer
in Nijmegen, beschrijft een experiment dat hij met het waarnemen van die
delfstof heeft gedaan:
Belicht een stuk antraciet op een vel wit papier zodanig dat
het lichter lijkt dan het papier waarop het ligt en vraag wat donkerder
is: de steenkool of het papier. Het antwoord van 9 van de 10 proefpersonen
is: de steenkool is donkerder.
Zo'n fout zal een computer niet maken.
II
Via de A2 op weg van Utrecht naar Amstelveen - ik nader knooppunt Holendrecht
- regen - razend druk - links en rechts langs me heen scheurende auto's.
Ik draai het volume van Rage against the Machine een beetje terug omdat
ik al m'n aandacht nodig heb om me in de snelwegjungle staande te houden.
In opperste concentratie stuur ik de bocht naar de A9 aan - jakkerende
auto's voor me, jakkerende auto's achter me, jakkerende auto's opzij, allemaal
omgeven door een wolk van opstuivend water dat je het zicht bijkans beneemt.
Ik, opgenomen in de woeste peristaltiek van de avondspits. Plots zie ik
vanuit m'n ooghoeken hoe links naast me in de binnenbocht een auto langs
me heen schuift. Zonder m'n blik echt van de weg voor me te durven halen,
meen ik in minder dan een flits het woord Mulckhuyse op de zijkant van
de bestelbus te ontwaren.
Mulckhuyse ....? Dat kan toch niet. In die split-second kan ik toch
onmogelijk zo'n woord hebben gelezen.
Spatwater stuift in dichte wolken om me heen, de rijstrooksignalering
knippert nerveus 70.
Goddank, ik ben de bocht door zonder kleerscheuren en op het rechte
eind durf ik mijn blik weer even opzij te richten en lees
Mulckhuyse Telecommunicatie
"..........?"
Hoewel ik in die onwaarschijnlijk korte tijdspanne onmogelijk de letters
heb kunnen lezen, heb ik toch in minder dan een oogopslag het woordpatroon
onderkend, herkend, geïnterpreteerd, thuisgebracht.
Verbluft en in gedachten verzonken vervolg ik mijn weg.
Op het gebied van patroonherkenning is de mens superieur aan de computer beweren mensen die er verstand van hebben, en na mijn regen-ervaring neem ik dat zondermeer aan.
III
Prof. Thomassen deed het onder I beschreven experiment nogmaals maar
liet nu de waarnemer door een klein gaatje kijken waardoor het papier en
het stuk antraciet los werden gemaakt van hun omgeving.
Daarop kreeg hij het enig juiste antwoord: de steenkool is lichter
dan het papier.
Aanbeveling: Geef iedere meteoroloog een stel oogkleppen.
Bilthoven, 17 augustus 1995