Eerst even de cijfers.
In de zeventiger jaren is het aantal geboorten per 1000 Nederlanders
gestaag gedaald. Met behulp van een grafiek waarin de stijging van het
bruto nationaal produkt werd afgezet tegen het dalend aantal babytjes meenden
deskundigen te kunnen aantonen dat de stijgende welvaart de oorzaak was
van deze daling van het geboortencijfer. Met behulp van een ander grafiekje
valt echter eenvoudig te bewijzen dat er wellicht een heel andere reden
in het spel is geweest. Als je namelijk niet het stijgende BNP maar het
toenemend aantal mannen met racefiets bekijkt, blijkt dit laatste eveneens
een uitstekende indicator voor het aantal nieuwe borelingen te zijn.
Waarmee ik maar wil zeggen dat statistiek een mooi vak is.
Als beginnend meteoroloog -toen ik nog in de veronderstelling verkeerde
dat je ooit een perfecte verwachting zou kunnen maken en de atmosfeer onder
controle krijgen- heb ik me eens behoorlijk in de vingers gesneden door
uit statistisch cijfermateriaal een overhaaste conclusie te trekken. Op
zoek naar een aardige vakantiebestemming las ik in een ANWB-gids dat het
in juli in Stockholm gewoonlijk zonniger, warmer en droger is dan in De
Bilt.
Dus wij op naar Zweden.
Ik moet zeggen, 't was een hele -meteorologisch gezien zelfs een historische-
ervaring want we beleefden ter plekke de koudste en natste juli van de
eeuw. (En geloof me of niet: met twee volwassenen, twee kleine kinderen
en een racefiets in een klein tentje is dat een bijzondere gewaarwording.)
Sindsdien weet ik dat je met de mededeling 'de kans op regen is 20%' heel
anders omgaat dan met 'de kans dat je met je kraslot een prijs wint is
1 op 5'.
Nee, voor je persoonlijk wel en wee kom je met statistiek niet zo gek
veel verder. Als nu mijn vakantie verregent, denk ik: "Nou ja, het zij
zo. Aan het weer verander je toch niets" en ik voel me daar wel bij.
In een feministisch tijdschrift waarvan de naam begint met een O kwam
ik onlangs een artikel tegen over stress. Een van de opmerkelijke uitkomsten
uit recent onderzoek die daarin ten tonele worden gevoerd is dat 'niets
om handen hebben' buitengewoon stress-bevorderend werkt. (Waarmee de uitspraak
van wijlen mijn grootvader "Van hard werken is nog nooit iemand doodgegaan"
postuum wordt bevestigd.)
Een andere gerenommeerde werkkring-'stressor' is onzekerheid, of beter
nog onvoorspelbaarheid: je doet iets en de ene keer word je om dat 'iets'
geprezen, een volgende keer krijg je er voor op je donder.
Waar mensen op termijn echter het meest van over de rooie schijnen
te raken is als ze het gevoel krijgen dat hoe ze zich ook inspannen en
welke opofferingen ze zich ook getroosten ze geen enkele greep krijgen
op hun omgeving.
Dat er nog geestelijk gezonde meteorologen rondlopen!
Bilthoven, 26 oktober 1995