De laatste dagen van april zijn me niet in de koude kleren gaan zitten.
Na een lange zaterdag in verenigingsverband praten, discussiëren en
nadenken over de toekomst van ons vak mocht ik meteen daarna naar Reading
waar we acht dagen lang stevig doorgezaagd werden over de inhoud van onze
professie.
Ik zou niet durven beweren dat de ECMWF-ers ons alle hoeken en gaten
van de weersverwachting voor de middellange termijn hebben laten zien maar
meer inzicht in de haken en ogen die er aan dit onderdeel van ons dagelijks
klussen kleven, heb ik er beslist aan overgehouden.
Een van de aardigste oefeningen vond ik het spelen met verschillende
'truncations' van het operationele ECMWF T213-model. Truncation 1 levert
een rechte, zonale stroming op die de gehele globe omspant, bij T3 duiken
de eerste zeer lange golven op, truncations rond 15 produceren de grootschalige
golfpatronen zoals je die in de werkelijke atmosfeer tegenkomt en bij 25
heb je ook de secundaire kleinschalige ruggen en troggen te pakken die
een zonneschijnverwachting voor dag 1 geheel naar de knoppen kunnen helpen.
Kèje nagaan hoe gedetailleerd de resultaten zijn als het model doorrekent
tot en met T213. Als praktijkmeteoroloog heb je na dag 5 aan die detaillering
echter niks meer. Hoewel je soms collega's tegenkomt die het wel schijnen
te kunnen, waag ik mij niet aan een detailverwachting voor dag 7.
"Want" zegt Lao Tse "wie zijn grenzen kent, bewandelt de ware weg".
Zo'n truncation softwarepakket zou me zeer van pas komen bij het interpreteren
van de uitkomsten van de NVBM-discussiedag van 20 april.
Het leek vooraf zo simpel: over niet al te lange tijd hebben we nog
maar twee soorten meteorologen. Aan de ene kant de procesmeteoroloog die
gericht is op de meteorologische inhoud en de modellen, aan de andere kant
de adviseur-meteoroloog die zich bezig houdt met de weervertaling voor
en de advisering van de klanten.
Deze simpele mening zou je de 'T10 opvatting' kunnen noemen: alleen
de grootschalige patronen worden zichtbaar, weliswaar nogal grof maar met
details verleg je nu eenmaal niet je voorspelbaarheidshorizon.
Dat wij toch behoefte hebben aan detaillering bleek tijdens de discussiedag
al spoedig. Als ik mijn aantekeningen van die 20ste april nog eens doorblader
dan kan ik in de ideeën over de procesmeteoroloog nog wel een grote
lijn ontwaren.
Op
- procesbewaker
- inhoudelijk deskundige
- universitair geschoolde
kan ik nog wel één persoon plakken. Als het om de adviseur-meteoroloog
gaat, wordt dat een stuk moeilijker. De volgende specificaties kom ik in
mijn papieren tegen:
- consultant
- sales engineer
- account manager
- informatiemakelaar
- R & D
en dan moet-ie ook nog veel van meteorologie weten.
Kortom, de adviseur-meteoroloog is een schaap met duizend poten, wordt
in de steeds commerciëler wordende wereld de belangrijkste meteo-functionaris
en zal bijgevolg een hoog inkomen verwerven, hoger in elk geval dan de
procesmeteoroloog.
Mogelijk dat er daarom op 20 april zo weinig 'adviseurs' aanwezig waren.
Hadden het natuurlijk veel te druk met geld verdienen.
Bilthoven, 1 mei 1996