Over aan het daglicht brengen

Ik heb er nog wel eens over in de clinch gelegen met mijn echtgenote, over de opvoeding van onze bloedjes van dochters bedoel ik. Mijn eega is lief en meegaand maar wil liefst wel dat alles gebeurt zoals zij het in gedachten heeft. Een geboren stuurder, een natuurlijke leider, beetje autoritair misschien maar doelgericht.
Ik heb dat niet; de bestemming interesseert me veel minder dan de weg er naar toe. Ik vergaap me vooral aan het proces en wil nog wel eens vergeten dat je er soms niet aan ontkomt een einddoel te formuleren en resultaten te boeken.

Waarvan leert een kind het meest?
Van zelf ontdekken, van eigen ondervinding en van aan den lijve ervaren.
Wat is een goede docent? Dat is de leraar die bij een leerling verwondering weet te wekken, die ruimte maakt voor het raadselachtige; en verwondering wek je niet door een kind vol te proppen met regels, met feitjes en met meningen. Verwondering wek je door je mening voor je te houden en de juiste vragen te stellen.

In 1986 werd mij gevraagd het weerbericht voor tv te gaan presenteren. Wat mij het meest verbaasde was dat mijn meningen over willekeurig welk onderwerp dan ook ineens een enorme meerwaarde schenen te hebben gekregen. Was ik voordien al lange tijd actief voor een beter leefmilieu maar zag geen journalist me staan, nu hield iedere onverlaat met een microfoon me het spreekijzer onder de neus en mocht ik uitleggen wat er zo slecht was aan het Nederlandse mestbeleid; ging ik met mijn dochter mee naar een voorspeelavond van de muziekschool, wilde de interviewer van mij de bevestiging dat het gemeentelijk cultuurbeleid van geen kanten deugde.
"Ja maar ik ben een cultuurbarbaar!"
"Maakt niets uit, wat is uw mening?"
"Ja maar ik heb helemaal geen mening!"
"Doeterniettoe, uw opvatting willen we horen!"

Als je het mij vraagt -maar wie vraagt het mij?- zijn er ook in de meteorologische wereld teveel schoenmakers die zich niet bij hun leest houden. Een elfstedenarts kan zich maar beter concentreren op botbreuken, bevroren ogen en schouders uit de kom en niet meehuilen met de mediawolven die een gevoelstemperatuur van -20 nog lang niet dramatisch genoeg vinden. Zo moet mijn ideale meteoroloog geen meningen verkondigen maar vragen stellen. Hij mag zijn meteorologische kennis ventileren, verkopen desnoods, maar òp de stoel van de klant is geen plaats voor hem.

In zijn boek over de wiskundige Theaetetus legt Plato de volgende woorden in Socrates' mond: "Wat al veel mensen mij hebben verweten is dat ik wel aan anderen vragen stel maar zelf nergens een uitspraak over doe en nergens iets van af weet."
Meerdere malen vergelijkt Socrates zich met een vroedvrouw. Hij baart het kind niet, hij brengt wat verborgen is aan het daglicht.
De juiste vragen stellen in plaats van meningen verkondigen, dat is voor mij de ultieme klantgerichtheid.
Zo'n meteoroloog zou ik willen zijn.

O ja, en die dochters van me, die maken het -dankzij mijn resultaatgerichte geliefde- prima.


Bilthoven, 9 februari 1997



Terug naar Overzicht Titels


pagina gewijzigd op 11 mei 2000