Juffrouw Stufkens, de oude onderwijzeres die door mij te leren lezen
de poorten opende naar een stralende toekomst, sprak aan het eind van de
laatste vrijdagse schooldag in juni altijd een gebed uit dat ze beëindigde
met de bede: "En Heer, bewaar ons voor de stoomfietsen!".
Op die laatste vrijdag in juni was het namelijk levensgevaarlijk op
de Zuiderzeestraatweg, de verkeersader door het dorp waar ik de lagere
school bezocht. De A28 bestond nog niet en de motoren die op weg waren
naar Assen om daar de Dutch TT te bezoeken scheurden over die smalle en
bochtige weg waarover moeders met boodschappen-, kinderen met school- en
arbeiders met werktassen gevuld met drinkbussen en lege broodtrommeltjes
naar huis fietsten. Dit alles gelardeerd met hoogbeladen hooiwagens die
getrokken door paarden stapvoets voortgingen. Kortom: het platteland in
de zorgeloze jaren vijftig.
Al vele decennia maakten explosiemotoren de dienst uit maar Juffrouw
Stufkens dacht nog in stoom.
't Is als met de bouwers van Stonehenge die perfect gebruik wisten
te maken van de werking van het perspectief maar het duurde tot de Renaissance
voordat schilders er een naam aan gaven en het in hun werk een plaats wisten
te geven. Toen het aldus was benoemd kon het worden onderzocht. Sindsdien
kijken we anders.
Zonder Eerste Wereldoorlog zouden de Bergense meteorologen wellicht
nooit op de gedachte zijn gekomen de benaming 'fronten' te introduceren.
Sinds we fronten kennen, zien we strijd tussen luchtsoorten.
Geef het verschijnsel een naam, beschrijf de inhoud en het krijgt vorm.
Verander de vorm en de inhoud verandert.
Computers brachten nieuwe metaforen en maakten het mogelijk de niet
veranderde atmosfeer anders te beschrijven. Daardoor verandert de wijze
waarop we over ontwikkelingen in de atmosfeer denken. En dus verandert
de wijze waarop we meteorologie bedrijven.
Bedenk een nieuwe werkmethode die de mogelijkheden die de moderne elektronica
biedt optimaal benut!
Ieder die ooit wel eens met een dergelijke opdracht het bos in is gestuurd
weet hoe moeilijk het is vernieuwend te denken en dus kopiëren we
de papieren weerkaart naar een beeldscherm, wordt er geklaagd dat het zo
lastig tekenen is op een monitor en 'krijg ik met al die moderne fratsen
het WEER niet meer in de vingers'.
Vergelijk het met de eerste auto's die als twee druppels water leken
op het rijtuig waarvoor ze in de plaats kwamen en waarin alleen enkele
nieuwlichters met geld durfden rijden.
Je zou kunnen zeggen dat het in deze gevallen nog gaat om de vorm, om de hardware, maar het probleem zit-em in de sprong die we in onze persoonlijke software moeten maken. En daar wringt bij mij de schoen. De nieuwe woorden zijn er, de verschijnselen worden benoemd maar ik begrijp de taal nog niet en dus weet ik niet hoe ik moet kijken.
In Meteorologica nr. 2 van juni '97 schrijft Maarten Ambaum in het artikel
over de tropopauze: "Dit (het inverteerbaarheids-principe -HvD) is een
enorm krachtig principe dat tot gevolg heeft dat we ons in de beschouwing
van de atmosfeer kunnen beperken tot het beschrijven van één
enkele grootheid, namelijk de potentiële vorticiteit."
Twee jaar eerder las ik in dit blad het boeiende verhaal van Wim Verkley
over potentiële vorticiteit. "Een nieuwe visie" schrijft hij "is alleen
een vooruitgang als het oudere visies omvat en het de weg opent naar nieuwe
vereenvoudigingen en modellen en daardoor leidt tot nieuwe inzichten".
Ik voel aan mijn water dat beiden hier iets heel belangrijks zeggen,
maar de makke is dat potentiële vorticiteit een motorfiets is terwijl
ik, oude operationeel meteoroloog, nog gepokt en gemazeld ben in het stoomtijdperk.
PS:
Dat Engelsen een motor 'bike' noemen, alla, daar kan ik nog mee leven,
het ding heeft tenslotte twee wielen, maar dat Nederlandse gemotoriseerden
liefkozend over 'fiets' spreken vind ik onverdraaglijk. Op een fiets beweeg
je je namelijk per definitie voort op eigen kracht.
Bilthoven, 4 augustus 1997