Over Leven

Afgezien van een kortdurende ontmoeting bij gelegenheid van een of ander jubileum, feest of verjaardag, had ik de oude vrienden al in geen jaren meer echt ontmoet. Dat ze in de loop der tijd een steeds heftiger aversie hadden ontwikkeld tegen de druk van het moderne bestaan en weigerden mee te doen aan de jacht op exclusieve vakanties, nog duurdere auto's en de multi-mediaalste Glimmium 2000 met XYZ-technologie, was me niet ontgaan, maakte ze in mijn ogen zelfs sympathiek, dat ze zich echter zò in het alternatieve circuit hadden gestort, verraste me. O zeker, ook ik had zo'n vijftien jaar geleden naar hartelust met hen mee gefilosofeerd over de betekenis van De lessen van Don Juan en The Tao of physics, over kenbaarheid, meetbaarheid en voorspelbaarheid, maar anders dan bij hen, was het bij mij nooit gekomen tot aura's, chakra's en regressiesessies, begeleid door edelstenen, Sounds of Nature en biologisch-dynamisch geteelde gierst.
"Zal ik jou eens pendelen?" vroeg mijn vriendin.
"Nou", was mijn reactie "als dat zou kunnen".
En jawel hoor, daar kwam de aap al uit het ecologisch verantwoorde katoentje: mijn intuïtie zat op slot.
"Daar zou je mee aan het werk moeten", was haar kosteloze en welgemeende advies. "Laat je gevoel meer stromen, probeer niet altijd alles te begrijpen, te verklaren en te beheersen".
Dit advies kwam bij me boven toen ik nadacht over de uitkomsten van de bijeenkomst j.l. december waar de weerkundige calamiteit van 7 juni 1997 werd nabeschouwd.
- Hoe was de meteorologische situatie?
- Hebben meteorologen adequaat gereageerd?
- Had er sneller gewaarschuwd kunnen worden?
- Zo nee, waarom kwam de boodschap dan toch niet goed over?
Geanimeerd en fundamenteel werd er gepraat, gereconstrueerd en geëvalueerd. Zeer leerzaam.
Toch liet de bijeenkomst me achter met een onbestemd gevoel, waarmee ik niet goed uit de voeten kon. Ik bleef het gevoel houden dat een belangrijk element over het hoofd werd gezien, maar welk?
Toen las ik een beschouwing van verpleeghuisarts Bert Keizer over de torenhoge emoties die medio vorig jaar ontstonden over het niet verstrekken van vocht aan een in het eindstadium van dementie verkerende bejaarde in een Gronings verzorgings-tehuis. Keizer signaleert dat een belangrijk deel van de opwinding terug te voeren is op het gegeven dat de hedendaagse mens weigert te accepteren dat het leven eindig is. De moderne consument, die meent dat voor geld alles te koop is, accepteert niet dat de mensen aan wie hij de zorg voor zijn bejaarde verwanten heeft uitbesteed, op zeker moment moeten zeggen: helaas, wij kunnen niets meer doen, we hebben de grenzen van ons kunnen bereikt.

Permanent en gedreven moet de drang zijn te werken aan verbetering van onze meteorologische kennis, verwachtingen, technieken en procedures, zeg maar het weer-totaal-pakket (managers kunnen het soms zo mooi zeggen).Verder ben ik van mening dat er door operationeel meteorologen nog veel kritischer naar het eigen functioneren gekeken zou kunnen worden. Dat neemt echter allemaal niet weg dat de werkelijke kennis zelfkennis is, d.w.z. inzicht in de grenzen van ons kunnen.
Op 7 juni 1997, op een camping zuid van Parijs, keek ik 's morgens bezorgd naar de lucht en hoopte er het beste van. Een half uur later stond een deel van de camping blank maar onze tent bleef heel.

Op 24 augustus waarschuwden we de hele dag voor onweer met zware windstoten. Toen er laat in de avond nog steeds niets was gebeurd, haalde ik de windstoten uit de verwachting. Anderhalf uur later gingen in Bilthoven tientallen bomen tegen de vlakte.

Waar we onszelf als meteorologische gemeenschap niet langer door in de luren moeten laten leggen en waar we geen misverstand over mogen laten bestaan, is dat hoeveel geld er door de samenleving ook wordt geïnvesteerd in betere modellen, duurdere computers en snellere communicatiemiddelen, zich altijd atmosferische situaties zullen blijven voordoen waarbij de meteoroloog te laat komt, te beperkt in zijn kunnen is, kortom met lege handen zal staan.

Een pendelsessie om met dit moeilijk te verdragen besef in het reine te komen, heb ik niet nodig. Het langdurig verrichten van operationele weerkamerdiensten volstaat.


Bilthoven, 25 januari 1998



Terug naar Overzicht Titels


pagina gewijzigd op 11 mei 2000