Ik durf het nu wel te bekennen. Dat was gewoon grootspraak, die laatste
zin uit mijn vorige column, die zin waarin ik het deed voorkomen alsof
ik na dik vijfentwintig jaar weerkamerervaring wel zo gehard ben in het
vak, dat ik heb leren leven met de onontkoombare zekerheid dat mijn verwachting
soms de mist in gaat (en dat ook in de toekomst zal blijven doen.) ‘t Is
niet zo dat ik de hele nacht lig te woelen als de regen tegen de ramen
klettert terwijl ik de asfalteerder die op de A27 aan de slag moet tot
6 uur een droge nacht heb beloofd; maar prikken doet zo’n misser nog steeds.
Daarom is het vanochtend zo genieten. Gisteravond een perfecte verwachting
gemaakt (blijkt hedenochtend). Vandaag ben ik vrij. Niet al te vroeg opgestaan,
beschaafd ontbijtje klaargemaakt, kop thee erbij. Dan de krant opengeslagen
en op de tweede pagina de volgende zin tegenkomen: "Ongebreidelde kijklust
schaadt het vermogen tot zien". Taal naar mijn hart. Deze dag kan niet
meer stuk.
Vraag een meteoroloog welke gegevens hij wil hebben en zijn antwoord
zal zijn: ALLES!
Vergelijk het met het nog immer toenemende tv-aanbod: van de zondvloed
aan beelden die dagelijks over ons wordt uitgestort gaat de suggestie uit,
dat we steeds beter weten wat er in de wereld te koop is. Welk een illusie!
Lees De Kampioen er maar op na en verbaas u over de ontreddering waar de
gemiddelde vakantieganger aan te prooi valt als hij in den vreemde wordt
geconfronteerd met iets wat hij van huis uit niet kent. De Vakantieman
kan hem er al honderd keer deelgenoot van hebben gemaakt, het onbekende
kan de consumerende toerist naar de hoogste toppen van het paniekgebergte
drijven.
Over die zondvloed aan beelden gesproken. In de moderne weerkamer weten
we er ook weg mee. Aan beeldschermen geen gebrek. Satellietmetingen in
zes, en over een paar jaar in tweeëndertig golflengtebereiken, vierdimensionale
windprofielen, bliksemontladingen in de horizontaal en in de verticaal,
nog meer modelvelden, nog meer sophisticated MOS-uitvoer, opgeteld, afgetrokken,
vermenigvuldigd en gedeeld. En Mijnheer van Dalen maar op antwoord wachten.
"Hoe meer je kijkt, des te meer zie je. In plaats van een waarheid
te selecteren uit een veelheid, vergroot je de veelheid" zegt Robert
Pirsig in Zen en de kunst van het motoronderhoud en als meteoroloog zeg
ik het hem na.
Nu ik toch aan het citeren ben. Hier is er nog een, van Aurelio Peccei,
in een ver en grijs verleden man van de Club van Rome (als die term iemand
nog wat zegt): "Ten koste van alles wordt in onze cultuur voorrang gegeven
aan analyses, ons daardoor overspoelend met informatie, vergetend dat een
gevoel van samenhang het ons mogelijk maakt om die informatie te vertalen
in werkelijke kennis, die de drempel is tot wijsheid".
De kunst is niet in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk kanalen
langs te zappen, de kunst is in de stortvloed aan informatie nou net die
ene waarneming eruit te pikken die aangeeft dat het atmosfeermodel bezig
is te ontsporen.
Door de overstelpende overmaat aan beelden, aan informatie wordt het
steeds moeilijker de echt belangrijke zaken te onderkennen, wordt de meest
bizarre werkelijkheid alledaags en de behoefte daarover na te denken gedoofd.
Dat waar we niet over nadenken, verliest zijn betekenis en verdwijnt
uit het zicht.
Wie ziet achter de megabits en de gigabytes nog de beukende wind en
de kletterende regen? Wie voelt zelf wat dat wil zeggen: de gevoelstemperatuur
is -25. De meteoroloog waarschuwt, gezeten in zijn airconditioned kantoor
het Nederlandse volk om binnen te blijven, stapt na zijn dienst in de voorverwarmde
Volvo en rijdt, thuis aangekomen, de op afstand geopende inpandige garage
binnen en antwoord op de vraag van zijn geliefde: "Koud? ‘k Zou ‘t niet
weten. ‘k Heb er niks van gemerkt".
Let op mijn woorden. Lang zal het niet meer duren of alleen een enkele
weeramateur en een verdoolde dichter heeft nog weet van de brandende zon
en het suizelend koeltje.
Moderne meteorologen mogen dan van de wind leven en naar beeldschermen
loeren, maar wie kijkt er nog naar de lucht?
Bilthoven, 12 mei 1998