Over min of meer

Waarom moet alles heten - Peter Vos

“En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels en aan al het gedierte des velds…."
 
De eerste handeling die de pas geschapen mens verrichtte (zegt het Bijbelboek Genesis 1:20) was het geven van namen. Er zijn gerenommeerde denkers die beweren dat de mensheid zich daarmee een hoop ellende op de hals heeft gehaald

In den beginne was het simpel. Je had luchtsoorten, en je had fronten die luchtsoorten van elkaar scheidden. Dan had je nog occlusies als de weersverschijnselen aan het aardoppervlak niet goed te beschrijven waren met een kou- of met een warmtefront. Ten slotte had je dan nog troggen en een ‘oranje lijn van Bleeker’ als er in geen velden of wegen een scheiding in luchtsoorten was te ontdekken.
Nu heb je Conceptual Models.

“Wat” vroeg een goede kennis van me onlangs “zit je tijdens zo’n nachtdienst al die tijd eigenlijk te doen?”
“Ja, wass soll man sagen? Weersverwachtingen opstellen enzo”, hakkelde ik enigszins onbeholpen.
“Oh, en hòe doe je dat?” was haar volgende vraag.
Vrienden die me al heel lang kennen, hadden mij zo’n vraag nog nooit voorgelegd. Haar oprechte belangstelling verraste me. Vrouwen kunnen me soms behoorlijk in verwarring brengen.
“Nou kijk, eeehhh, umme, dinges, het weer gaat dag en nacht door, dus de hele nacht blijven er gegevens binnenstromen: waarnemingen, satellietbeelden, berekeningen van computermodellen, alles wat de moderne techniek vandaag de dag zoal op je bordje weet te deponeren. Ik bekijk dat allemaal, probeer patronen te onderkennen, denk daarover diep na, en tracht in begrijpelijke taal woorden te geven aan die ontwikkelingen waarvan ik denk dat ze belangrijk zijn. Ik doe zogezegd aan datareductie. Je zou het ook zo kunnen zien: een meteoroloog doet niks anders dan ingewikkelde zaken simpeler voorstellen dan ze zijn.
Voldaan hield ik in. Dat had ik toch maar mooi gezegd, en omdat het gezicht van m'n gesprekspartner geïmponeerdheid leek uit te drukken, vatte ik moed om door te gaan: "Weet je, een meteoroloog is eigenlijk een trechter. Gooi er aan de bovenkant van alles en nog wat in en aan de onderkant rolt er een  weersverwachting uit.”
Op dat moment was ik behoorlijk ingenomen met mijn te plekke bedachte metafoor, nu denk ik: een meteoroloog is meer dan een trechter, hij is een gigantisch spijsverteringsorgaan: een permanent zich opensperrende muil die voortdurend roept om verse waar, een kauwmechanisme om de binnenkomende gegevens tot hapklare brokken te vermalen, een maag waar de voorbewerking plaatsvindt en darmen waar de binnenkomende delen worden geanalyseerd, ontleed en omgezet in inzicht, ook wel genoemd HET WEERBEELD. Onbruikbare restproducten verdwijnen in het riool.
Céline zegt: “Het enige wat niet alleen de arbeider, de bediende, de onderste onderdaan, maar wat de hele burgerij van top tot basis echt wil is dit: 22 meter darm in plaats van 11 om het dubbele erin te kunnen stoppen.”
Meer, meer, altijd meer. En nog zijn er collega’s die niet genoeg hebben, die meer modelparameters met een nog hogere resolutie op nog meer lagen berekend willen zien, die staan te juichen dat binnenkort om de minuut satellietbeelden in vijftien golflengtebereiken op hun beeldscherm beschikbaar komen, die bij ieder nieuw door ontwikkelaars bedacht speeltje roepen: “Dat wil ik ook. Pas dan kan ik goeie verwachtingen maken”.
Hoe meer ik dat soort volk hoor, hoe meer ik het gevoel begin te krijgen de aansluiting met de moderne tijden te missen.
’t Is al weer jaren geleden dat Aurelio Peccei, grondlegger van de Club van Rome (wie kent die nog?) zei: “Onze cultuur geeft ten koste van alles voorrang aan analyses, ons daardoor overspoelend met informatie, vergetend dat een gevoel van samenhang het ons mogelijk maakt om die informatie te vertalen in werkelijke kennis, die de drempel is tot wijsheid”.
Daarom kwam voor mij SATREP, de beschrijving van weersverschijnselen met behulp van Conceptual Models, in 1995 als geroepen. Eindelijk een methode die 'synthese' beloofde, integratie van modelkennis, nieuw verworven inzichten op het gebied van satellietinformatie en oude, op ambachtelijke leest geschoeide synoptische meteorologie, eindelijk een vorm van  datareductie waarmee ik, ouder wordende meteoroloog van de pré-zap generatie, de atmosferische chaos op een moderne, gestructureerde manier te lijf zou kunnen gaan.
Wederom: in den beginne was het overzichtelijk. Met een stuk of tien conceptuele modellen kon je een heel eind komen. Nu, in de meest recente SATREP Manual kan ik kiezen uit achtendertig concepten, elk met zijn eigen specifieke kenmerken, karakteristieke parameters, levenscyclus en weersverschijnselen. En het eind is nog lang niet in zicht.
Help.
En in die geestesgesteldheid las ik: We zijn voortdurend bezig de werkelijkheid met onze constructies en namen te vormen en naarmate we er beter over nadenken weten we dat de constructies niet kloppen. (Rutger Kopland.)

Ach alsjeblieft slager, mag het een onsje minder zijn?


Bilthoven, 12 augustus 1999



Terug naar Overzicht Titels


pagina gewijzigd op 11 mei 2000