
“En de mens gaf namen aan al het vee, aan het gevogelte des hemels
en aan al het gedierte des velds…."
De eerste handeling die de pas geschapen mens verrichtte (zegt het
Bijbelboek Genesis 1:20) was het geven van namen. Er zijn gerenommeerde
denkers die beweren dat de mensheid zich daarmee een hoop ellende op de
hals heeft gehaald
In den beginne was het simpel. Je had luchtsoorten, en je had fronten
die luchtsoorten van elkaar scheidden. Dan had je nog occlusies als de
weersverschijnselen aan het aardoppervlak niet goed te beschrijven waren
met een kou- of met een warmtefront. Ten slotte had je dan nog troggen
en een ‘oranje lijn van Bleeker’ als er in geen velden of wegen een scheiding
in luchtsoorten was te ontdekken.
Nu heb je Conceptual Models.
“Wat” vroeg een goede kennis van me onlangs “zit je tijdens zo’n nachtdienst
al die tijd eigenlijk te doen?”
“Ja, wass soll man sagen? Weersverwachtingen opstellen enzo”, hakkelde
ik enigszins onbeholpen.
“Oh, en hòe doe je dat?” was haar volgende vraag.
Vrienden die me al heel lang kennen, hadden mij zo’n vraag nog nooit
voorgelegd. Haar oprechte belangstelling verraste me. Vrouwen kunnen me
soms behoorlijk in verwarring brengen.
“Nou kijk, eeehhh, umme, dinges, het weer gaat dag en nacht door, dus
de hele nacht blijven er gegevens binnenstromen: waarnemingen, satellietbeelden,
berekeningen van computermodellen, alles wat de moderne techniek vandaag
de dag zoal op je bordje weet te deponeren. Ik bekijk dat allemaal, probeer
patronen te onderkennen, denk daarover diep na, en tracht in begrijpelijke
taal woorden te geven aan die ontwikkelingen waarvan ik denk dat ze belangrijk
zijn. Ik doe zogezegd aan datareductie. Je zou het ook zo kunnen zien:
een meteoroloog doet niks anders dan ingewikkelde zaken simpeler voorstellen
dan ze zijn.
Voldaan hield ik in. Dat had ik toch maar mooi gezegd, en omdat het
gezicht van m'n gesprekspartner geïmponeerdheid leek uit te drukken,
vatte ik moed om door te gaan: "Weet je, een meteoroloog is eigenlijk een
trechter. Gooi er aan de bovenkant van alles en nog wat in en aan de onderkant
rolt er een weersverwachting uit.”
Op dat moment was ik behoorlijk ingenomen met mijn te plekke bedachte
metafoor, nu denk ik: een meteoroloog is meer dan een trechter, hij is
een gigantisch spijsverteringsorgaan: een permanent zich opensperrende
muil die voortdurend roept om verse waar, een kauwmechanisme om de binnenkomende
gegevens tot hapklare brokken te vermalen, een maag waar de voorbewerking
plaatsvindt en darmen waar de binnenkomende delen worden geanalyseerd,
ontleed en omgezet in inzicht, ook wel genoemd HET WEERBEELD. Onbruikbare
restproducten verdwijnen in het riool.
Céline zegt: “Het enige wat niet alleen de arbeider, de bediende,
de onderste onderdaan, maar wat de hele burgerij van top tot basis echt
wil is dit: 22 meter darm in plaats van 11 om het dubbele erin te kunnen
stoppen.”
Meer, meer, altijd meer. En nog zijn er collega’s die niet genoeg hebben,
die meer modelparameters met een nog hogere resolutie op nog meer lagen
berekend willen zien, die staan te juichen dat binnenkort om de minuut
satellietbeelden in vijftien golflengtebereiken op hun beeldscherm beschikbaar
komen, die bij ieder nieuw door ontwikkelaars bedacht speeltje roepen:
“Dat wil ik ook. Pas dan kan ik goeie verwachtingen maken”.
Hoe meer ik dat soort volk hoor, hoe meer ik het gevoel begin te krijgen
de aansluiting met de moderne tijden te missen.
’t Is al weer jaren geleden dat Aurelio Peccei, grondlegger van de
Club van Rome (wie kent die nog?) zei: “Onze cultuur geeft ten koste van
alles voorrang aan analyses, ons daardoor overspoelend met informatie,
vergetend dat een gevoel van samenhang het ons mogelijk maakt om die informatie
te vertalen in werkelijke kennis, die de drempel is tot wijsheid”.
Daarom kwam voor mij SATREP, de beschrijving van weersverschijnselen
met behulp van Conceptual Models, in 1995 als geroepen. Eindelijk een methode
die 'synthese' beloofde, integratie van modelkennis, nieuw verworven inzichten
op het gebied van satellietinformatie en oude, op ambachtelijke leest geschoeide
synoptische meteorologie, eindelijk een vorm van datareductie waarmee
ik, ouder wordende meteoroloog van de pré-zap generatie, de atmosferische
chaos op een moderne, gestructureerde manier te lijf zou kunnen gaan.
Wederom: in den beginne was het overzichtelijk. Met een stuk of tien
conceptuele modellen kon je een heel eind komen. Nu, in de meest recente
SATREP Manual kan ik kiezen uit achtendertig concepten, elk met zijn eigen
specifieke kenmerken, karakteristieke parameters, levenscyclus en weersverschijnselen.
En het eind is nog lang niet in zicht.
Help.
En in die geestesgesteldheid las ik: We zijn voortdurend bezig de
werkelijkheid met onze constructies en namen te vormen en naarmate we er
beter over nadenken weten we dat de constructies niet kloppen. (Rutger
Kopland.)
Ach alsjeblieft slager, mag het een onsje minder zijn?
Bilthoven, 12 augustus 1999