Over mayonaise

Toen ik in de vorige column de zin Of Meteorologica kritische lezers heeft is mij niet bekend opschreef, wist ik dat ik de waarheid geweld aan deed. De wetenschap dat in elk geval in Frankrijk minimaal 1 lezer woont die van tijd tot tijd zijn mening ventileert over mijn bijdragen, liet ik willens en wetens buiten beschouwing. Als columnist mag ik van de huidige redactie liegen, bedriegen en schimpen scheuten. Dat ik desondanks niet verder kom dan nostalgisch geneuzel ligt dus niet aan de redactie, het is geheel en al mijn eigen grote schuld.

‘Henk, waar is je strijdbijl gebleven?’ roept onze respondent uit Frankrijk mij vertwijfeld toe.

Ja, daar vraagt men zoiets. Begin ik inderdaad een kalende, milde en wijze senior te worden, die zich nergens meer over opwindt, die alles al eens heeft meegemaakt en overloopt van begrip voor alles en iedereen?
Was het potstausend maar waar! Ik zou een heel wat geriefelijker leven leiden. Vele zaken vervullen me met ergernis, over de meest banale voorvallen kan ik liederlijk driftig worden.
Over Nederland bijvoorbeeld, het land waar de volte me steeds meer op de zenuwen werkt, het land waar de Algemene Nederlandse Wielrijders Bond de grootste vereniging is en waar de auto-benzine-smog-luchtvaart lobby bepaalt hoeveel beton en asfalt er per jaar gestort moet worden, waar de op alle terreinen oprukkende commercialiserende misheid en SBS-schreeuwerigheid iedere dam doorbreken. Ieder lapje natuur wordt betreden door 15 miljoen anderen, elk interessant gebied wordt verpletterd door Nederland-wat-ben-je-nog-mooi lezers en Ontdek-je-plekje kijkers, door natuurliefhebbers die met hun ghetto blasters, blaffende honden en volautomatische videocamera’s de stiltegebieden teisteren, ondertussen het eigen terras en strakgeschoren gazon met gif en mosdoder onkruidvrij houden en de wethouder boze brieven sturen als er tussen de trottoirtegels voor hun huis een grassprietje opduikt, dat volk dat iedere plek in Nederland waar ook maar iets aardigs valt te genieten verruïneert met mayonaiseklodders en wegwerpblik, daartoe gestimuleerd door De Kampioen en de recreatieschappen die parkeerplaatsen blijven aanleggen omdat de moderne recreant annex hedendaagse rustzoeker met zijn heilige koe tot òp de zonneweide moet kunnen rijden.

Zo, da's eruit. Nu over naar wat positiever getinte mededelingen.

Waar ik ook helemaal niet tegen kan zijn die hedendaagse ondernemers die welk beroep je ook uitoefent ‘wel eens even jouw product in de markt zullen zetten’. Of het nou gemaatpakte snelle jongens in het bedrijfsleven zijn of bij de overheid, overal kom je ze tegen, ook in onze branche.
Ziet, daar duikt weer zo'n verkoper op, zo'n techneut, plannenmaker, nieuwlichter, kortom zo iemand van buiten de weerkamer die precies weet hoe de praktijkmeteoroloog van begin XXIste eeuw er uit dient te zien en die nauwkeurig weet te voorspellen waarom de hedendaagse weerkamermeteoroloog bezig is zichzelf uit de markt te prijzen. Als Jehova-getuigen waren ze rond, als gelovigen, druk in de weer proselieten te maken die bereid zijn hun ziel te verkopen aan het atmosfeermodel, die mee willen dansen rond het gouden kalf van het geautomatiseerde systeem.
"Ach, we kunnen op dit moment nog niet helemaal zonder meteorologen, maar eigenlijk heb je daar vooral last van. Met hun gefrunnik aan de uitkomsten van computermodellen maken ze de zaak alleen maar slechter."
"Nog even en ook op de korte termijn doen de modellen het beter dan de meteoroloog."
Vanuit die filosofie geredeneerd gingen de bedenkers van een semi-automatisch verwachtingen systeem er in mijn bedrijf een paar jaar geleden van uit dat modeluitvoer rechtstreeks naar de afnemer zou kunnen. Een meteoroloog zou er niet meer naar hoeven omkijken. Toen dat een misrekening bleek kwam er een verbeterd model op de proppen. Dat zou veel betere resultaten leveren.
Weer mis. Nog steeds bleek meteorologen-inbreng nodig om te voorkomen dat er onzin-verwachtingen de deur uit gaan.
"Hier, een verbeterde korte-termijn gids. Daar kan de meteoroloog nooit meer tegenop" is het volgende paradepaardje, "verbetering en verfijning van de statistische voorspelmethoden" een ander.
Ik word daar zo moe van.
Modellen kunnen veel, machines kunnen veel, presentatiestations kunnen veel, kunnen het mooi en kunnen meer dan ik ooit voor mogelijk hield, maar uiteindelijk komt het aan op de mensen die er mee moeten werken. Als die het gevoel hebben dat ze zich steeds moeten waar maken, als die niet de tijd krijgen om in de hitte des daags en de kilte des nachts de seizoenen aan den lijve te ervaren of de gelegenheid de grenzen van hun kunnen in kaart te brengen dan zullen ze het nooit leren en - op het moment dat het er om gaat - niet adequaat weten te reageren.

Word ik een verzuurde meteoroloog, zo'n wat oudere werknemer die zich slachtoffer voelt van de moderne tijd, die ziet hoe de poten onder zijn stoel worden weggezaagd? Laat dat zo zijn, dan nòg blijf ik van mening dat er wel veel inspanning gestoken wordt in de aankoop van een nog geavanceerder rekenmachien, weer een verbouwing en nog een reorganisatie, in verbetering van het model en het opvoeren van de productie, maar dat het uiteindelijk aan komt op de vaardigheid en de gemotiveerdheid van de mensen die het edele handwerk moeten verrichten.


Bilthoven, 20 februari 2000



Terug naar Overzicht Titels


pagina gewijzigd op 20 mei 2000