Over recht en averecht


Onlangs hoorde ik het een mediaweermens weer zeggen: "Het was vandaag 17 graden en dat is 3 graden lager dan waar we in deze tijd van het jaar recht op hebben!"
RECHT!? Op 3 graden extra, op 250 uren zon, op 15 droge dagen!? Rododendron, wat kan ik daar kwaad om worden.
Begin juli 2001. Een week lang is het prachtig warm zomerweer. De terrassen puilen uit, de verstandigen die niet bij Lyon stilstaan in de file op de Autoroute du Soleil op weg naar méditerrane stranden genieten in Nederland tot diep in de nacht van heerlijk zwoele zomeravonden. Dan komt over Schotland een depressie afzakken en slaat het weer om. ’t Wordt niet meteen koud, maar de straffe zuidwester voert bewolking aan en buien. Reeds na twee dagen begint het geklaag. Een goede kennis is in dat laatste zeer bedreven. "O jongen, dit weer… Je moest eens weten hoe ik daarvan uit m’n humeur raak, hoe slecht ik er tegen kan". Als de buiigheid nog drie dagen voortduurt begint haar psychische toestand de typische kenmerken van een traumatische stressstoornis te vertonen. Alsof de weergoden het speciaal op haar hebben gemunt, zo verontwaardigd komt ze zich beklagen over opnieuw een verregende fietstocht. Ze gelooft werkelijk dat de elementen samenspannen in een complot dat erop gericht is haar zomer te verzieken.

Ik kan heel slecht tegen mensen die zich bij het minste of geringste slachtoffer voelen van de omstandigheden, van de boze medemens, van de natuur, die als hun vermeend onrecht wordt aangedaan op zoek gaan naar de instantie die verantwoordelijk gesteld kan worden voor de pech en bij wie ze een claim kunnen indienen ter genoegdoening.
Wat bezielt die mensen? Zijn ze het vermogen verloren te leven volgens het aloude adagium 'Kome wat komt'?

Van wat mij met de paplepel is ingegeven ben ik in de loop der jaren het een en ander kwijt geraakt. Veel is in het duister der decennia verzonken, maar niet licht vergeet ik de plaatselijke predikant die in zijn zondagse preek fulmineerde tegen ‘Que sera sera’, de nummer 1 hit waarmee Doris Day in 1956 triomfen vierde. De fatalistische levensinstelling waarvan dat lied getuigde kon van de dominee absoluut niet door de beugel. Nee, als je de opvatting ‘what will be, will be’ huldigde moest je wel een afgedwaald schaap van de kudde zijn.
Ooit kreeg ik een mild terechtwijzende brief van een kijker: "Mijnheer van Dorp, ik vind dat u het weer op een leuke wijze brengt, maar uw opmerking dat het weer gestuurd wordt door het toeval deugt niet. U weet toch wel dat de Schepper die alles geschapen heeft lucht, wolken en winden hun spoor en baan wijst. Dan past ons wel enige ootmoed".
Honderd maal sympathieker is me deze opvatting dan de pedanterie van de hedendaagse heiden die het niet pikt als zaken aan zijn controle ontglippen. Niks kome wat komt, alles vooraf regelen, controleren, in contracten vastleggen. Een wijkverpleegster, sorry, een wijkverpleegkundige is een zorgaanbieder geworden waarmee je een zorgcontract afsluit, met het verkopen van een kaartje neemt de NS een vervoersplicht op zich en daarmee verwerf je het recht je schade te verhalen op het moment dat je trein vertraagd is doordat een wanhopig medemens er voor is gesprongen, bij het reisbureau sluit je een overeenkomst die je een zorgenvrije, zonnige vakantie aan een Bountystrand met wuivende palmen garandeert. Is de vlucht vertraagd wegens slecht weer, waait er een boom om, loopt de kelder vol, gaat je nieuw aangeschafte clematis dood in een droge zomer? Claimen jongens. Haal je recht, als het niet bij je verzekeringsmaatschappij, de verkoper of de dader kan dan maar bij de rechter; en als er nergens meer iets te claimen valt bel je SBS 6. Krijg je in elk geval nog aandacht.

Nergens mag de verwende westerling meer door worden verrast, alles wil hij onder controle hebben. Onverwachte gebeurtenissen moeten koste wat kost worden voorkomen en als het dan toch nog mis gaat dient de overheid hem te vrijwaren van zorg, lek, gebrek en iedere onverlaat die uit is op aantasting van zijn recht, want hemeltjelief wat boezemt het onverwachte angst in.

Niets aan het toeval overlaten, alles vooraf indekken, controleren, vastleggen, algehele voorspelbaarheid dus eigenlijk.
Is dat het niet wat iedere meteoroloog diep in zijn hart begeert?

 
Bilthoven, 1 augustus 2001



Terug naar Overzicht Titels


pagina gewijzigd op 1 augustus 2001