2026
Samenvatting NVBM Science Café “Meten is weten: burgers in actie voor de wetenschap”.
Op 11 februari kwamen we met een kleine dertig leden samen om in Bar Josefien in hartje Utrecht voor het jaarlijkse science café, dat dit jaar de titel “Meten is weten: burgers in actie voor de wetenschap” droeg. Citizens Science dus. Hester Volten van het RIVM trapte af met een discussie over de stelling “Citizen Science, Lastig of Leuk?”. Citizens Science kan op twee richtingen worden opgezet. Enerzijds top-down waarbij burgers een actieve bijdrage aan wetenschappelijk onderzoek leveren (anders dan als respondent of proefpersoon), maar waarbij het initiatief vooral bij vak-experts ligt. Anderzijds kan het bottom-up waarbij wetenschappelijk onderzoek wordt uitgevoerd en geïnitieerd door burgers zelf. Maar beide methodes hebben gemeen dat er steeds een diversiteit in perspectief is, in doel en methode. Hierin is ook de democratisering van kennis door de integratie van het internet en de smartphone cruciaal is geweest. Dit illustreerde Hester aan de hand van een aantal voorbeelden voor luchtkwaliteit (paasvuren en houtstook) en geluid (rondom Schiphol). Over de jaren heeft Citizens Science zijn plek verworven bij het RIVM, maar aanvankelijk (rondom 2010) was het een lastige weg met twijfels bij de vak-experts. In het proces heeft men leren luisteren naar de burgers, maar ook naar bezorgde vak-experts. Het geheim achter een succesvolle Citizens Science benadering is het aanleggen infrastructuur om dat burgeronderzoek uit te voeren. Dat kan als een website zijn waar informatie wordt geleverd en gedeeld (zoals samenmeten.nl of wow.knmi.nl), een goede data visualisatie, en het bouwen van een onderzoeksgemeenschap die elkaar fysiek en online kan ontmoeten om kennis te delen. Verder geeft het RIVM ook advies over selectie van merk en type sensoren als nieuwe Citizens Science activiteiten worden opgestart.
Op de vraag wat Citizens Science uiteindelijk oplevert concludeerde Hester dat het publiciteit en aandacht voor het probleem geeft, betrokkenheid van burgers bij beleid en bij wetenschap genereert, en inzicht van burgers in het problemen werkwijze van metingen. Experts en beleidmakers leren at er leeft onder burgers, en Citizens Science genereert het draagvlak voor beleid, en lokale kennis als input voor dat beleid.
Esther Peerlings, promovenda bij de Meteorologie en Luchtkwaliteitsgroep van Wageningen Universiteit vervolgde de avond en deelde haar ervaringen met burgerwetenschap bij metingen aan zomerhitte in woningen. In haar studie heeft zij in ca 100 Amsterdamse woningen sensoren geplaatst die temperatuur, luchtvochtigheid, CO2 concentratie en geluid meten. Haar studie laat zien dat voor warme zomerse periodes temperaturen van 25 ºC in de slaapkamer veelvuldig worden overschreden en dat ook 30 ºC regelmatig wordt gehaald. Ook worden in een substantieel aantal slaapkamers CO2 concentraties van meer dan 2000 ppm gehaald. Wat betreft het Citizens Science aspect bleek het uitdagend om voldoende respondenten te vinden, en een brede gemeenschap aan te spreken. Om de deelnemende burgerwetenschappers actief te houden binnen het project organiseerde ze workshops om deelnemers, zogenaamde “climate action training schools”, en groepsdialogen. De opkomst was bescheiden, maar de deelnemers wel sterk gemotiveerd. Momenteel wordt gewerkt aan een voorspelsysteem om binnentemperaturen te voorspellen uit ECMWF operationele forecasts, zodat burgers tijdens zomerhitte tijdig geïnformeerd worden, en hun gedrag kunnen aanpassen. Esther sloot haar presentatie af met prikkelende stellingen waarbij het publiek een standpunt moest kiezen. Zo bediscussieerden we de stelling “Citizen science verbetert het publieke vertrouwen in de wetenschap”. En we gingen in debat over de vraag of het hoofddoel binnen een Citizen Science project moet focusseren op het inzamelen van wetenschappelijke data of juist op het bereiken van sociaal-maatschappelijke impact.
Het bestuur bedankt naast de sprekers ook Chris Weijenborg voor zijn inzet bij de organisatie van het Science Cafe.